![]() |
|
![]() |
|
Hospice in de media Heeft u een suggestie? Wij horen het graag, klik hier voor het contactformulier.
De Gelderlander, 26 maart 2011 Bron: De Gelderlander Nijmegen Vanuit de tuin van hospice Bethlehem in Nijmegen zweeft een boom voor het Valkhof en de Waalbrug langs. "Wij zorgen ook goed voor de dode bomen." Een werkman vliegt met behulp van een kraan boven de tuin van hospice Bethlehem in het centrum van Nijmegen. Hij maakt een kabel vast aan een boomtop en zaagt met een kettingzaag een flinke tak af. Even later zweeft de rest van de dode boom vanuit de tuin van het hospice naar het Groene Balkon. Het verwijderen van de boom, gisterenochtend, zou het hospice Bethlehem 10.000 euro lichter hebben maken, maar dankzij de tussenkomst van De Maatschappelijke Meerwaarde dragen vier bedrijven de kosten. "Het is een hartstikke mooi iets" zegt Moniek Hensing van het hospice. "Wij hoesten zo'n bedrag niet zomaar op. De giften die we krijgen kunnen we goed gebruiken voor de mensen die we helpen." In 2009 heeft Kalorama, waaronder het hospice valt, de beurs van de Maatschappelijke Meerwaarde bezocht. Giesbers-Wijchen Bouw wilde de dode boom verwijderen. Hensing: "De boom staat tussen het hospice en de Lindenberg. Bij elke storm was het spannend hij zou blijven staan. Hij kan toch behoorlijke schade aanrichten." Het kappen van de boom bleek complex. Een hoogwerker kan de draai naar de St.-Anthoniosplaats niet maken. Dus moet een grotere hoogwerker vanaf het balkon het werk verrichten. "Dat bleek uiteindelijk 10.000 euro te kosten", zegt hensing. Giesbers heeft daarom de DAR, sloop en rooibedrijf Barten uit Den Bosch en Jenniskens Kraanverhiir uit Nijmegen benaderd om de kosten te delen. Hensing: "Een vrijwilliger zei vanochtend: Wij zorgen goed voor de mensen die hier overlijden, maar ook goed voor dode bomen." De oude boom laat een gat achter in de tuin van het gemeentelijk monumnet. Maar de Stichting Vrienden van Hospice Bethlehem zorgt voor een speciale, vervangende boom. "Ik wist niet eens dat ze bestonden", zegt Hensing: "een hemelboom." Foto: Suzanne Scharenborg/ De Gelderlander De Brug, 23 maart 2011, 23 maart 2011 Bron: Dé Weekkrant De Brug Nijmegen Het is een bekend gebouw voor veel Nijmegenaren: het prachtige oude klooster aan de St. Anthoniusplaats in Nijmegen. Een sterfhuis in hartje Nijmegen waar een team van medewerkers en vrijwilligers zorg biedt aan mensen in de laatste fase van hun leven. Een van de vrijwilligers die in Hospice Bethlehem werkt is Ilona Jager, studente pedagogische wetenschappen en met haar 23 jaar de jongste vrijwilliger van het hospice. “Twee jaar geleden was ik bezig met studeren en werken in de horeca. Ik merkte dat het leuke bezigheden waren, maar ik miste contact met mensen dat wat dieper ging. Een kennis van me uit Friesland wees me op werk in een hospice. Zo ben ik in contact gekomen met Hospice Bethlehem" vertelt Ilona. Na een intakegesprek en een korte training kon ze aan de slag als flex-vrijwilliger; ze valt in als andere vrijwilligers niet kunnen werken. Haar werk bestaat voornamelijk uit het ondersteunen van de verpleegkundigen bij praktische zaken, maar ze heeft zelf natuurlijk ook contact met de hospicegasten. Met de ene gast is dat meer dan met de andere. Ilona: "Ik neem vooral een afwachtende houding aan en kijk hoe ik aan kan sluiten bij de behoefte van de ander. De verhalen komen dan vanzelf. Ik blijf me er wel altijd bewust van dat ik vrijwilliger ben en de ander een gast. Je weet altijd dat een persoon gaat overlijden. Een scheidingslijn is nodig." Vrijwilligers worden hierbij goed begeleid. Een paar keer per jaar is er supervisie waarin ze hun verhaal kwijt kunnen en met elkaar uitwisselen wat ze hebben meegemaakt. De vriendenkring van Ilona is inmiddels wel gewend aan haar werk: "een eerste reactie van mensen om me heen is vaak dat het zo heftig is. Het paradoxale is dat ik dat helemaal niet zo ervaar. Het is soms wel heftig, maar ook heel echt. In de kroeg staan is soms minder echt. Dit is de realiteit. Daarbij komt dat al die stressfactoren uit het dagelijks leven hier niet lijken te tellen. Hier zijn mensen elke dag bezig met een dag van hun leven. Alle kleine geluksaspecten van het bestaan worden onder de loep gelegd. Mensen worden zich in het hospice meer bewust van geluk lijkt wel." Zelf meehelpen in het hospice? Hospice Bethlehem is nog op zoek naar vrijwilligers die flexibel inzetbaar zijn (bij voorkeur de weekenden) en naar kookvrijwilligers. Voor meer informatie kunt u bellen met het telefoonnummer 024-3828630. Ook financiële bijdragen zijn zeer welkom. In Hospice Bethlehem worden kosten voor de zorg vergoed. Voor de inwoning staan gasten zelf een bijdrage af. Voor mensen die dit niet kunnen betalen, springt de Stichting Vrienden van Hospice Bethlehem bij. Wilt u een schenking doen, of donateur worden? Kijk dan op www.vriendenhospicebethlehem.nl. De Gelderlander, 22 januari 2011 Bron: De Gelderlander Nijmegen Het Zwitserleven-gevoel waarin 80-plussers met gebronsd gelaat stoer hun zeilschip besturen, is in de dagelijkse praktijk maar voor weinigen weggelegd. Onderzoek toont aan dat slechts één op de honderd Nederlanders van 85 jaar of ouder geheel gezond/zelfstandig functioneert. Maar ook in de leeftijd tot vijftig jaar zijn er tal van ernstige, soms ongeneeslijke ziekten die gepaard gaan met verlies van capaciteit. We zouden daarom meer en al jonger moeten nadenken over wat er gebeurt als ons leven op zekere dag plots een andere wending neemt. Maar we zullen ook, vanuit de realiteit van vergrijzing, steeds complexere zorgvragen en beperkte budgetten, moeten stimuleren dat palliatieve patiënten actief worden betrokken bij hun eigen ziektetraject. Palliatieve zorg wil ongeneeslijk zieke mensen in de laatste maanden, weken of dagen van hun leven zorg bieden die streeft naar een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven en waar nodig een kwaliteit van sterven. Zorg die is gericht op het verlichten van pijn en andere symptomen, een zo actief mogelijk bestaan voor de patiënt en ondersteuning van familieleden in de verwerking en omgang met de ziekte van de patiënt. Verblijf in een hospice -een gastvrij onderkomen waar men de laatste levensfase kan doorbrengen-, komt aan de orde als familie en vrienden niet of niet langer in staat zijn hun dierbare in het eigen huis te verzorgen. In Nijmegen biedt hospice Bethlehem een warm thuis met professionele zorg waarin jaarlijks ruim 120 inwoners uit de regio Nijmegen op waardige wijze afscheid nemen van het leven. Zo lang mogelijk houden zij de regie over hun eigen leven en lichaam, in goede harmonie met medische, sociale en spirituele zorg, organisatorische aandacht en zonder financiële kopzorgen. Nu is Bethlehem een high-care hospice niet alleen in Nederland, maar ook in Europees verband. Er is veel ruimte voor innovatie, een intensieve samenwerking met allerlei zorginstellingen en er wordt complexe, topzorg geboden. Dit artikel is een bewerking van de 1e Bethlehem-lezing, gehouden op 18 januari j.l. door prof. dr. Kris Vissers, UMC St Radboud, hoofd van de academische afdeling voor Pijn en Palliatieve Geneeskunde en tevens ambassadeur van de Stichting Vrienden van Hospice Bethlehem (tekst: Frank Heijster). De Zondagkrant, 16 januari 2011 Bron: De Zondagkrant Nijmegen NIJMEGEN - Prof. dr. Kris Vissers (UMC St Radboud) houdt op 18 januari de eerste Bethlehem-lezing in Landhuis de Duckenburg te Nijmegen. De titel van zijn voordracht luidt 'Palliatieve zorg: de hel of de hemel?' Daarmee breekt Vissers een lans voor een proactieve aanpak van multidimensionele zorg voor de hele mens met zijn ongeneeslijk ziek zijn. De lezing wordt georganiseerd door de Stichting Vrienden van Hospice Bethlehem in samenwerking met de notarissenkring regio Nijmegen. Doel van de Bethlehem-lezing is de samenleving na te laten denken over de zorg voor mensen die afscheid nemen van het leven. De Brug, november 2010 Door: Juliëtte Vaal Het is een bekend gebouw voor veel Nijmegenaren: het prachtige oude klooster aan de St. Anthoniusplaats in Nijmegen. Een sterfhuis in hartje Nijmegen waar een team van medewerkers en vrijwilligers zorg biedt aan mensen in de laatste fase van hun leven. NIJMEGEN - Een aantal medewerkers is al vanaf de oprichting in 2003 bij het Hospice Bethlehem betrokken, zo ook Heleen de Winter. Heleen is twee dagen in de week medewerker naastenzorg. Ze maakt deel uit van het team van deskundigen rondom de hospicegasten. Haar functie is gericht op de hospicegasten met hun naasten. Zelf meehelpen in het hospice? In Hospice Bethlehem worden kosten voor de zorg vergoed. Voor de inwoning staan gasten zelf een bijdrage af. Voor mensen die dit niet kunnen betalen, springt de Stichting Vrienden van Hospice Bethlehem bij. Wilt u een schenking doen, of zelf meehelpen in het hospice? Kijk dan op www.vriendenhospicebethlehem.nl. De Brug, oktober 2010 Door: Renate Dahlmans Els (62): ‘Ik heb mijn crematie al helemaal geregeld’ Misschien is het de charme van het oude pand, de vriendelijkheid van de medewerkers of mogelijk het rustgevende uitzicht op de waalbrug, maar wie Hospice Bethlehem binnentreedt, vergeet even helemaal dat het om een sterfhuis in hartje Nijmegen gaat. NIJMEGEN - In het prachtige oude klooster aan de St. Anthoniusplaats in Nijmegen wonen terminaal zieke mensen, die hier in een warme omgeving en met deskundige zorg hun laatste levensfase kunnen doorbrengen. Sommigen kunnen de benodigde zorg zelf niet realiseren, anderen willen gewoon niet thuis sterven. Zoals Els (62), die de afgelopen twee jaar te maken kreeg met tumoren in haar hoofd en borst. Een behandeling is niet meer mogelijk en ze verblijft nu in een kamer op de bovenste etage (‘mijn luxe penthouse’). “Ik wist eigenlijk al snel na de doktersuitslag dat ik niet thuis wilde blijven: ik zag mezelf echt niet in zo’n bed in de huiskamer liggen. Vijf weken woon ik hier nu, en ik heb er nog geen dag spijt van gehad.” Daar kan ‘huisgenoot’ Joost (47) zich in herkennen. Hij kreeg aan het einde van vorig jaar te horen dat de longontsteking die hij dacht te hebben eigenlijk longkanker was en dat hij was uitbehandeld. Sinds juli woont hij in het hospice. “Het is sindsdien allemaal erg snel gegaan, ik heb de laatste maanden beleefd alsof ik in een soort achtbaan zit. Het gaat met pieken en dalen, nu is het weer even slecht. Maar ik heb een lieve vriendin en een groepje trouwe vrienden om me heen verzameld, bij wie ik ontzettend veel steun vind.” Dankbaar Over het naderende einde is vanzelfsprekend al wel veel nagedacht. Els, wier optimisme bijna onverwoestbaar lijkt, heeft zelfs haar crematie al volledig geregeld. “Niet iedereen snapt dat, maar ik vind het heel mooi dat ik samen met mijn kinderen mijn eigen uitvaart kan regelen. En op een normale manier, niet gedeprimeerd of verdrietig. Ik heb eigenlijk vrijwel meteen geaccepteerd dat ik terminaal ziek ben. Ja, ik kan wel bij de pakken neer gaan zitten, maar daar heb ik alleen mezelf mee!” Bang voor de dood zijn ze allebei niet. “Maar”, vult Joost aan, “ik hoop wel mezelf te kunnen blijven tot het einde. Het hospice geeft hier gelukkig alle mogelijkheid toe, ze nemen hier zoveel mogelijk zorgen uit handen. Daar ben ik heel dankbaar voor.” Meehelpen? Voor meer informatie kunt u ook bellen met het telefoonnummer 024-3828630. De Brug, augustus 2010 Door: Janneke van Bergen NIJMEGEN - “Iedereen heeft het recht om in een warme en liefdevolle omgeving te sterven”, vindt Ward Verkuylen, voorzitter van de Stichting Vrienden van Hospice Bethlehem. Als geen ander weet hij dat 'Bethlehem’ een waardevol sterfhuis is. “Mijn moeder is hier ook overleden. Het klinkt misschien raar, maar zij heeft hier een fantastische laatste maand gehad.” Het is moeilijk om de sfeer in Hospice aan de idyllische Antoniusplaats in Nijmegen te beschrijven. Gastvrij, warm en sfeervol zijn de woorden die er dichtbij in de buurt komen maar die eigenlijk nog niet genoeg eer toeschrijven. Neem de huiskamer in het voormalige klooster, waar menig terminaal patiënt geniet en heeft genoten van het prachtige uitzicht op de Waal. Of de serene inpandige kapel waar men rust en bezinning vindt. In de hal van het monumentale pand hangt een kaars. Is er iemand in het hospice overleden dan gaat deze aan. Als de overleden gast Bethlehem verlaat dan blazen de nabestaanden deze kaars uit. In het Hospice kunnen tien ‘gasten’ wonen. Er werken twintig vaste medewerkers (waaronder verpleegkundigen en artsen) en maar liefst tachtig vrijwilligers. “Zonder deze vrijwilligers kan het hospice zijn deuren wel sluiten”, weet Verkuylen. “Het werk van medewekers en vrijwilligers is zo bijzonder. Ze zorgen voor de gasten alsof het hun naasten zijn. En toch moeten ook zij steeds weer afscheid nemen. De gemiddelde verblijfsduur van gasten is een maand dus sterven hier bijna 120 mensen per jaar.” De gasten van Hospice Bethlehem naderen weliswaar het einde van hun leven maar dat wil niet zeggen dat somberheid overheest. “Mijn moeder fleurde - zoals zoveel gasten - helemaal op toen ze in het hospice kwam”, vertelt Verkuylen. “En onlangs hadden wij hier een gast die zo opknapte van het verblijf hier dat hij weer naar huis mocht.” Het verblijf in het hospice brengt nogal wat (medische) kosten met zich mee. “De vergoeding bedraagt 40 euro per dag. Als gasten dit niet op kunnen brengen legt onze stichting de rest bij. En als men dit niet op kan brengen legt onze stichting de rest van het bedrag bij.” De Gelderlander, 14 Mei 2008 Auteur: Frank Hermans Huize Bethlehem dat vrijdag 5 jaar bestaat, prijst zichzelf aan als gastvrij onderkomen voor mensen in de laatste levensfase. Keelkankerpatiënt Gerrit Vullings en zijn vrouw Marian vertellen hoe zij die zorg ervaren. "Dáár hangt onze trouwfoto." Wanneer in Hospice Bethlehem weer de klok klinkt ten teken dat een overleden gast plechtig wordt uitgeleid, is het voor Gerrit en zijn vrouw Marian Vullings extra slikken. Marian: "Je weet dat de bel straks ook voor Gerrit luidt. We beseffen dat we daarvoor hier zijn, maar je schrikt toch elke keer weer. Dan hoop je dat het voor Gerrit nog heel lang mag duren." En tegelijkertijd vinden ze het toch ook een mooi gebaar, zo'n eervolle laatste tocht. "Het is goed dat we met zijn allen stilstaan bij de persoon die ons heeft verlaten." Het verblijf in het hospice zit nu eenmaal vol met paradoxen. Neem bijvoorbeeld ook dat prachtige vergezicht over de Waal vanuit de huiskamer. "Hoe ellendig het allemaal mag zijn, maar daar kunnen we samen nog echt van genieten." Is het sowieso niet vreemd te noemen dat het echtpaar zich in dit 'sterfhuis' zo onwaarschijnlijk thuisvoelt? "Bij binnenkomst voelde het gelijk aan als een warme deken. Gek, hè?" Wat dat is? Marian, die steeds namens beiden spreekt, omdat Gerrit zelf nog maar moeilijk kan praten: "De sfeer hier, de mensen die met geen goud zijn te betalen. Die 24 uur per dag voor je klaar staan. Waarmee je kunt janken en praten. Het zijn stuk voor stuk kanjers die rust geven en rotgevoelens wegnemen, al is het maar voor even." Ze wil maar zeggen: dat je partner wegvalt waar je lief en leed mee deelt en mmet wie je altijd alles samen hebt gedaan, kan niemand wegrelativeren. "Maar ze maken het wel wat draaglijker." Als goedgeaarde katholieken komen ze ook graag in de kapel op de begane grond van het voormalige klooster waarin Hospice Bethlehem is gevestigd. "We hebben veel steun aan ons geloof." En dan weer zo'n paradox: "We praten hier vaak met een geestelijke. Toevallig is dat de dominee. Maar dat maakt hier niet uit." Prettig is ook zoiets simpels als dat je je eigen spullen van huis mag meenemen. "Dáár hangt onze trouwfoto." Ernaast het schilderij waarin Marian al haar verdriet legde, vlak nadat ze hadden gehoord dat Gerrit niet meer geholpen kan worden. Wie wil, mag het verblijf zelfs compleet inrichten met eigen meubels. Vlak voor kerst kregen ze de fatale boodschap van de specialist van het Radboudziekenhuis. "Het waren heel zware dagen", vertelt Marian. Praktisch drong zich de vraag op: wat nu? "Ik heb een spierziekte. De dokter vond het niet verantwoord dat Gerrit thuis zou blijven, ook al omdat ik geen spuiten tegen de pijn kan geven. Omdat we in Kranenburg in Duitsland wonen, is het ook al niet zo makkelijk om wijkverpleging te regelen." Nu Gerrit in Bethlehem verblijft, kan ze 's avonds met een gerust hart naar huis. "Ik zou ook mogen blijven slapen, maar dat wil ik zelf niet. Je moet er af en toe uit, anders hou je het niet vol." Eén keer is Gerrit nog thuis geweest, zes weken geleden. "Om een laatste keer te zien waar we allebei zoveel tijd samen hebben doorgebracht." Dat was zwaar, want zo onomkeerbaar. "Dat we zo huiselijk worden opgevangen in Hospice Bethlehem, is dan des te fijner." gebruikt met toestemming van De Gelderlander De Gelderlander, 18 Januari 2007 Auteur: Rob Jaspers Harry Lasschuyt werkt als verpleegkundige in het Nijmeegse hospice Bethlehem. ,,Voor mij is het leven eeuwig”. In het voormalige klooster, waar hospice Bethlehem is ondergebracht, hangt een serene stilte. "We doen hier alles in rust, zelfs haasten", vertelt Harry Lasschuyt (42), die zojuist een ronde langs de bewoners heeft gemaakt. In het hospice is plaats voor tien gasten. "De grootste klacht van de mensen hier is dat ze moe zijn, doodmoe. Ze hebben soms niet eens meer de energie om te praten. Dan moet je leren vertrouwen op de stilte. Aan een frons op iemands gezicht, moet je kunnen zien of hij of zij pijn heeft. Soms biedt iemands hand vasthouden meer troost dan een goed gesprek." Sinds de oprichting van het hospice, in 2003, werkt Harry er als verpleegkundige. Daarvoor hopte hij steeds naar een ander ziekenhuis of instelling. Hij kon zijn draai in het ziekenhuiswezen niet goed vinden. In het hospice voelt Harry zich meer op zijn gemak. In deze kleinschalige instelling is het mogelijk om persoonlijke aandacht aan de bewoners te geven. Er wordt intensief samengewerkt in een multidisciplinair team. Vrijwilligers ondersteunen de verpleegkundigen in de zorg voor de gasten. Maar ook familie wordt, als dat kan, betrokken bij de dagelijkse zorg. In het hospice kunnen bewoners zichzelf zijn en de regie voeren over de laatste fase in hun leven. Naar muziek luisteren, voorgelezen worden, alles wat ze willen. Harry: "We streven ernaar dat de weg naar de dood zo comfortabel mogelijk is." Soms is dat het voeren van een gesprek over de dood. "Toen ik hier begon te werken, dacht ik vaak te zullen praten over de dood. Maar het grappige is dat veel mensen dat helemaal niet willen. Ze willen leven, elke dag dat ze leven is er weer een. Pluk de dag. Soms, vooral tijdens een avond- of nachtdienst, als alle dagelijkse beslommeringen achter de rug zijn, komt het gesprek er toch op. Ik zie dat veel mensen tot het allerlaatste moment een zekere angst hebben voor de dood. Waar kom ik terecht? Af en toe vertel ik hoe ik er tegenover sta. Ik denk dat leven eeuwig is. Als je dood gaat, ga je als het ware door een deur, en kom je in een nieuwe fase. Dit stelt mensen soms gerust." Een van zijn moeilijkste ervaringen was de zorg voor een jonge knaap in het hospice, die zich niet bij zijn aanstaande dood wilde neerleggen. "Hij bleef zich verzetten, hij knalde dwars door alle pijnstillers heen. Als verzorger was ik soms machteloos, ik gunde hem ook een moment van rust en besef. Pas een uur voordat hij doodging zei hij: 'Ik geloof dat ik toch ga'." gebruikt met toestemming van De Gelderlander De Gelderlander, 20 December 2006 Auteur: Frank Hermans De veiling van relatiegeschenken die Guusje ter Horst als burgemeester heeft mogen ontvangen heeft gisteren 5600 euro opgebracht. Dat geld gaat naar het Hospice Bethlehem in de Nijmeegse benedenstad waar zieke mensen de kans krijgen op een waardige manier te sterven. Een knuffelbeer leverde 75 euro op, een stapel boeken over Nijmegen 410 euro. Een Noorse militaire messenset bracht 160 euro in het laatje en zes lino’s van Ted Felen waren goed voor 1200 euro. gebruikt met toestemming van De Gelderlander De Gelderlander, 18 December 2006 Auteur: Leo Klaassen Guusje ter Horst houdt morgen, als afscheidscadeau, een veiling van ontvangen relatiegeschenken. 45 keer klinkt de hamer van veilingmeester Jan Roelofs voor het Hospice Bethlehem. Door LEO KLAASSEN NIJMEGEN - Jan Roelofs viert morgen een feest der herkenning. Jarenlang liep hij als ambtenaar aan de zijde van burgemeester Guusje ter Horst en nam hij haar de cadeaus die ze kreeg uit handen. Morgen veilt hij op haar afscheidspartijtje spullen die soms jarenlang lagen opgeslagen in een kelder. Uit de honderden spullen, is een selectie van 45 stukken gemaakt. Persoonlijke artikelen, en spullen die bijvoorbeeld verwijzen naar de oorlog, zijn niet te koop. Zoals de herdenkingsschildjes die veteranen elk jaar meebrengen. "We gaan kijken of het Bevrijdingsmuseum er een mooie plek voor heeft, en anders maken we een wand in het stadhuis", aldus Roelofs. Er zijn nogal wat gelegenheden waarbij de burgemeester mooie spullen of onvoorstelbare rommel krijgt aangeboden. Behalve de herdenkingen, zijn er de contacten met de steden Masaya, Pskov en sinds kort Gaziantep. Uit die laatste stad kwamen bij het eerste bezoek door Ter Horst meteen tassen vol presentjes mee naar Nijmegen. Die kun je nu natuurlijk nog niet verpatsen: misschien als Thom de Graaf afscheid neemt. De Vierdaagse is ook een dankbare week voor het krijgen van cadeautjes. Vooral de wandeldelegaties uit het Japanse Higashimatsuyama verblijden de burgemeester met een jaarlijkse geishapop en andere snuisterijen. Lachend kijkt de inmiddels afgezwaaide Roelofs terug op zijn periode als sidekick van Guusje. "Dan kreeg ze een enorme koebel van een Zwitsers muziekgezelschap, maar vervolgens liep ik met dat ding over de Grote Markt." De veiling is in de Sociëteitskamer van De Vereeniging, om 18.00 en om 19.00 uur. De opbrengst gaat naar het Hospice Bethlehem. Zieke mensen krijgen daar de kans op een waardige manier te sterven. Ter Horst opende het in 2003. Ze vraagt gasten ook om geld voor het hospice (giro 2408175). Een ander doel dat ze aanbeveelt is de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF (giro 2408175). gebruikt met toestemming van De Gelderlander De Gelderlander, 30 Januari 2006 Auteur: Rob Jaspers Er moet op korte termijn een overzicht worden gemaakt van de leegkomende kloostergebouwen, vindt Wies van Leeuwen. Anders verdwijnt dit erfgoed zomaar vreest hij. Nijmegen had in de jaren na de Tweede Wereldoorlog meer dan honderd kloosters, bewoond door de leden van katholieke congregaties. Deze dienstwoningen bij uitstek waren de uitvalsbasis van nonnen, paters en broeders bij hun zorg voor onderwijs, armen en zieken. Toen ik in opdracht van de Radboud Universiteit in de jaren tachtig van de vorige eeuw een inventarisatie maakte van al die kloosters, waren de meeste ervan nog bewoond. Oude paters en zusters deden soms nog iets aan zieken -en armenzorg. Een goed beeld geeft het intussen al uitverkochte boek ‘Een veelkleurig habijt. Kerken en kloosters in Nijmegen’. In 2006 hebben de meeste kloosters hun functie verloren. Een pater of non in habijt is een bijzondere verschijning geworden. Er zijn volgens het telefoonboek nog maar veertien congregaties in de stad en vele leden ervan wonen in het kloosterbejaardenoord aan de Rosa de Limastraat in Heseveld. Veel klooster- en kerkgebouwen zijn verdwenen, bijvoorbeeld de kerk van de karmelieten aan de Doddendaal, het mooi gedetailleerde Dominicuscollege en de statige Rosastichting in Neerbosch. De kapellen van het Canisiusziekenhuis, het Dominicuscollege en het Canisius zijn afgebrand of gesloopt. Daarbij gingen bijzondere ruimten met schilderingen en glas-in-lood verloren. In het Waterkwartier is anno 2006 niets meer terug te vinden van de katholieke enclave van kerk, scholen en klooster aan de Waterstraat, de voormalige Theresiaparochie. Herinneringen aan de Romeinen zijn wel teruggekeerd in wijkbeeld, maar het kloosterverleden is volledig weggepoetst met de komst van de nieuwbouw. De sloop van al die gebouwen vond destijds plaats ondanks het feit dat alle gegevens over die gebouwen bekend waren. Nu lijkt het tij gekeerd: de meeste kloosters staan op een monumentenlijst van gemeente of rijk. Dat betekent dat de maatschappij, en dat zijn wij allemaal, er het belang van onderkent. Enkele kloosters hebben een nieuwe bestemming gekregen. Huize Bethlehem in het stadscentrum is zorgvuldig verbouwd en het oude karakter is bewaard. Hier is nu een hospice gevestigd. Een uitstekende bestemming. Het klooster aan de Doddendaal werd geschikt gemaakt voor studentenhuisvesting. En dat gebeurde op meer plekken (onder meer Van Oldenbarneveltstraat). Ook de gevels van het Albertinum en het Canisiuscollege zijn gelukkig bewaard gebleven. En hetzelfde geldt voor het Hamerhuis met zijn Chinese torentje op Heyendaal. Alleen: wat doen we met al die andere kloostercomplexen.. Want het is overduidelijk dat de kloosters die nu nog functioneren binnen nu en tien jaar onontkoombaar leeg zullen komen. Als ze dan alsnog leeg komen te staan zullen ze langzaam in verval raken en uiteindelijk afgebroken worden. De kapel van het Albertinum achter Huize Nijevelt in Nijmegen-Oost begint nu al te vervallen. Mariënbosch aan de Groesbeekseweg wordt tijdelijk bewoond. Hier zijn wel plannen voor de bouw van appartementen. Het prachtige Neboklooster tegenover de Heilig Landstichting zal langzamerhand ook leegkomen. Gelukkig heeft woningbouwcorporatie Talis dit complex aangekocht. Op termijn komen hier appartementen en die worden met respect voor het verleden gebouwd. Het roemruchte complex van Brakkenstein lijkt echter ten dode opgeschreven. Om te voorkomen dat dit bijzondere erfgoed zomaar verdwijnt is het nodig dat er op korte termijn een overzicht wordt gemaakt van de leegkomende kloostergebouwen. Daarbij moet duidelijk worden gemaakt hoe waardevol die gebouwen zijn. Sommige zijn onmisbaar voor ons stadsbeeld en moeten ongewijzigd behouden blijven. Andere kunnen ingrijpend verbouwd worden of mogen misschien zelfs verdwijnen. Het opstellen van dat overzicht kan een taak zijn voor de gemeentelijke dienst monumentenzorg. Vervolgens moeten de politieke fracties aangeven welk belang zij aan de Nijmeegse kloostererfenis hechten. Dat vraagt om een dialoog met de bevolking maar ook met de eigenaren van die gebouwen. Als we niets doen zal een groot deel van de Nijmeegse kloosters tussen nu en 2010 onherroepelijk verdwenen of onherkenbaar zijn. Behoud door ontwikkeling is het toverwoord van de monumentenzorg van de 21ste eeuw en kan het behoud betekenen van de Nijmeegse kloosters. Wies van Leeuwen is architectuurhistoricus en onderzoeker van de Nijmeegse kloosters. Hij werkt momenteel als beleidsmedewerker cultuur bij de provincie Noord-Brabant. gebruikt met toestemming van De Gelderlander
|
|||||||||||||||||||||||